Binnen het Rijksvaccinatieprogramma krijgen kinderen vanaf hun babytijd prikken die onder meer beschermen tegen de bof, mazelen, rodehond, kinkhoest en polio. Maar voor het eerst in decennia is de vaccinatiegraad van kinderen onder de negentig procent gezakt. Als jarenlang minder wordt gevaccineerd, kunnen besmettelijke ziekten weer de kop opsteken. Een manier om verdere daling te voorkomen is het instellen van een prikplicht. Maar, is dit eigenlijk een goede maatregel? Martin Buijsen, hoogleraar Gezondheidsrecht aan Erasmus School of Law, reageert hierop in Metro.
鈥淓igenlijk is er in Nederland geen draagvlak voor een prikplicht鈥, vertelt Buijsen. 鈥淒at wil niet zeggen dat het niet mogelijk zou zijn om een prikplicht in te voeren: juridisch gezien is het niet bezwaarlijk om een verplichte vaccinatie in te voeren鈥, vervolgt de hoogleraar. Buijsen legt uit dat het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) zich niet tegen een prikplicht verzet, mits aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan. De Nederlandse wetgeving kent eenzelfde regeling: het recht op onaantastbaarheid van het lichaam mag beperkt worden als, bijvoorbeeld, de volksgezondheid in het geding is. 鈥淢aar ook dan moet het bij wet geregeld zijn, proportioneel zijn en noodzakelijk zijn鈥, beargumenteert Buijsen.
Er zijn andere Europese landen die een vaccinatieplicht hanteren voor kinderen en hun ouders. 鈥淎ls ze dat niet doen, krijgen ze een boete opgelegd, wordt de kinderbijslag gekort of is het kind niet welkom op een kinderdagverblijf, zoals in Duitsland鈥, licht Buijsen toe.
We zijn autonoom doch gedwee
鈥淒at er in Nederland geen draagvlak is voor een prikplicht heeft te maken met autonomie: individuele zelfbeschikking wordt heel belangrijk geacht鈥, begint Buijsen. 鈥淢aar ook is het zo dat wij een heel gedwee volkje zijn en we daardoor puur op basis van vrijwilligheid altijd hoge vaccinatiegraden bereiken. Die vaccinatiegraad daalt nu wel iets voor de bekende kinderziektes, maar is nog steeds om en nabij de negentig procent鈥, voegt hij toe.
Voorlichting
Toch maakt Buijsen maakt zich wel zorgen om de gedaalde vaccinatiegraad: 鈥淢azelen is bijvoorbeeld een vreselijk gevaarlijke infectieziekte, en die vaccinatiegraad moet wel echt een stukje boven de negentig liggen om groepsimmuniteit te hebben. Als de vaccinatiegraad daar onder zakt, kunnen er uitbraken van mazelen plaatsvinden waarbij ook kinderen kunnen sterven.鈥
Maar wat is dan de beste manier om de vaccinatiegraad te verhogen? 鈥淕erichte voorlichting鈥, antwoordt Buijsen. 鈥淒at heeft in Nederland altijd geholpen. Het probleem met de dalende vaccinatiegraad is dat mensen de effecten van gevaarlijke infectieziekten niet meer zien: ze maken geen mazelen meer mee en zien dus ook niet de noodzaak meer om hun kinderen in te enten. Los daarvan zijn er natuurlijk ook altijd groepen geweest die principi毛le bezwaren hebben gehad tegen vaccinaties. Die groep lijkt iets te groeien鈥, aldus Buijsen.
- Professor
- Meer informatie
Lees de hele reactie van Buijsen in .
