In het hoger onderwijs worden steeds vaker flexibele onderwijspraktijken toegepast, zoals keuzevrijheid in modules of toetsvormen. In dit artikel bespreekt Peter Verkoeijen (ESSB) wat flexibiliteit in onderwijs precies inhoudt en belicht hij enkele belangrijke uitdagingen en randvoorwaarden.
Flexibiliteit in hoger onderwijs
Flexibele onderwijspraktijken worden steeds vaker toegepast in het hoger onderwijs, zowel aan universiteiten als hogescholen. Flexibiliteit is op zich geen nieuw fenomeen, maar heeft in de afgelopen jaren mede door de coronaperiode een significante uitbreiding doorgemaakt, zowel conceptueel als in de praktijk. 鈥淭raditioneel kennen we in het hoger onderwijs al een zekere mate van flexibiliteit. Wat nu verandert, is dat er steeds meer keuzeruimte is voor studenten. Zo mogen studenten aan de Avans Hogeschool bijvoorbeeld al tot 25% van hun programma zelf samenstellen,鈥 vertelt Peter Verkoeijen, Lector Brein en Leren bij Avans Hogeschool en bijzonder hoogleraar Onderwijspsychologie bij Erasmus School of Social and Behavioural Sciences (ESSB).
Maar wat houdt flexibiliteit in het onderwijs precies in? Flexibel onderwijs verwijst naar onderwijs dat zich aanpast aan de behoeften en voorkeuren van studenten en hen een hoge mate van zelfsturing (agency) biedt. Dit type onderwijspraktijken kan voordelen bieden in een maatschappij en onderwijskundige context waarin meer aandacht is voor de diversiteit aan kenmerken van studenten, hun persoonlijke situaties en mentale welzijn. In het algemeen wordt flexibiliteit omschreven aan de hand van vier aspecten van de leeromgeving:
- Tijd: wanneer ze willen studeren;
- Plaats: waar ze willen studeren;
- Inhoud: wat ze willen leren;
- Didactiek: hoe ze willen studeren.
Flexibiliteit kan dus op veel verschillende manieren worden ingevuld in de onderwijspraktijk. Deze veelzijdigheid kan ook tot uitdagende situaties leiden. 鈥淪oms hoor ik docenten zeggen dat ze tegen flexibiliteit zijn. Dat is echter een moeilijke stelling, omdat flexibiliteit zo veel verschillende vormen kent. Het is belangrijk om duidelijk te maken over welke dimensie je het hebt en waarom je daartegen bent,鈥 benadrukt Peter.
Flexibiliteit en motivatie
Flexibel onderwijs biedt veelzijdige voordelen, zoals het helpen van studenten bij het combineren van verschillende verantwoordelijkheden en het beter afstemmen van onderwijs op het individu. Bovendien wijst onderzoek uit dat flexibiliteit, naast praktische en pedagogisch-didactische voordelen, ook psychologische effecten kan hebben, met name voor de motivatie van studenten. 鈥淎ls je flexibiliteit biedt, kunnen studenten keuzes maken vanuit interesse, persoonlijke waarde of nut鈥, vertelt Peter. Bovendien kan flexibiliteit leiden tot betere aansluiting met de basisbehoeften (autonomie, verbondenheid en competentie) van studenten. 鈥淰anuit dit perspectief heeft flexibiliteit duidelijke potentie voor het bevorderen van autonome (autonomous) motivatie.鈥 Aangezien (autonome) motivatie een belangrijk startpunt is van het leerproces, kan goed ontworpen en duidelijk zichtbare flexibiliteit indirect bijdragen aan zowel de kwantiteit als kwaliteit van het leren van studenten.
Enkele uitdagingen
Hoewel flexibele onderwijspraktijken duidelijke psychologische en pedagogische voordelen kunnen hebben, zijn er natuurlijk ook een aantal uitdagingen en aandachtspunten. Studenten verschillen sterk in de mate van flexibiliteit die zij willen of nodig hebben. Bovendien komt wat studenten wensen niet altijd overeen met wat zij daadwerkelijk nodig hebben voor effectief leren. 鈥淪oms wijken de idee毛n die studenten hebben over wat goed leren is af van wat wij als docenten als goed leren beschouwen,鈥 merkt Peter op. 鈥淒aarbij hangt het antwoord op de vraag wat 鈥榞oed鈥 is natuurlijk ook af van het doel.鈥
Daarnaast kan een hoge mate van keuzevrijheid leiden tot keuzestress (choice overload). Vooral voor studenten die zich minder competent voelen of afkomstig zijn uit meer collectivistische achtergronden, wordt flexibiliteit niet altijd als positief ervaren. 鈥淛e ziet dat wanneer er te veel keuzes zijn, het nemen van beslissingen minder diepgaand wordt. Bovendien kan het stressvol zijn, omdat studenten bang zijn dat ze belangrijke keuzes of elementen over het hoofd zien,鈥 voegt Peter toe.
Vooruitkijken & onderzoeksagenda
Het hoger onderwijs wordt in toenemende mate flexibeler en deze ontwikkeling lijkt zich de komende jaren verder door te zetten. Flexibiliteit biedt duidelijke kansen en beloften, maar gaat ook gepaard met uitdagingen. De inzet van flexibel onderwijs vraagt daarom om een zorgvuldige afweging van kosten en baten, waarbij de context steeds bepalend blijft. Een belangrijke randvoorwaarde daarbij is dat studenten de geboden flexibiliteit ook daadwerkelijk ervaren. 鈥淪oms denk je dat je een heel flexibele leeromgeving hebt ingericht en verwacht je daar allerlei positieve effecten van,鈥 legt Peter uit. 鈥淢aar studenten ervaren die flexibiliteit niet altijd. En als studenten flexibiliteit niet ervaren, kan die ook nooit effectief zijn.鈥
Het landelijke consortium, dat gefinancierd wordt door het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek (NRO), en waarvan Peter Verkoeijen (ESSB) en Anique de Bruin (Universiteit Maastricht) projectleiders zijn, richt zich op deze thema鈥檚. Centraal staat de onderzoeksvraag: "Hoe kunnen we studenten ondersteunen bij zelfregulerend leren in flexibele leeromgevingen?" Deze vraag vormt het uitgangspunt voor toekomstig onderzoek naar flexibiliteit in het hoger onderwijs, met evidence-informed onderzoek als leidraad.
Dit artikel is gebaseerd op een CLI Lunch&Learn-presentatie over dit onderwerp. Voor meer informatie over onderwijsinnovatie en -onderzoek aan de EUR en daarbuiten nodigen we je uit deze pagina te bezoeken. Hopelijk zien we je bij een van de aankomende CLI Lunch&Learns.
- Meer informatie
Heeft dit artikel je ge茂nspireerd om een project te starten met behulp van de CLI? Bezoek dan en neem contact met ons op.
- Gerelateerde links
- Meer CLI nieuws
