Voor Enrique Santamaria Echeverria ontstond de keuze voor een rechtenstudie uit de wens om disciplines te combineren. Politicologie, economie, geschiedenis 鈥 hij vond ze allemaal interessant. Rechten bood, zo voelde hij, van alles een beetje. 鈥淚k twijfelde tussen rechten en economie,鈥 vertelt hij. 鈥淚k had me zelfs aangemeld voor een studie economie in Frankrijk, maar mijn Frans was niet goed genoeg. Dus bleef ik in Colombia en koos ik voor rechten.鈥
Vandaag de dag is Enrique universitair docent bij de afdeling Law & Markets aan Erasmus School of Law. Zijn onderzoek bevindt zich op het snijvlak van recht, digitale technologie en gezondheid. Hij onderzoekt hoe juridische kaders kunnen bijdragen aan eerlijke en collectieve datagovernance. Daarnaast is hij actief binnen het sectorplan SSH en The Public-Private Challenge, een samenwerkingsprogramma dat onderzoekt hoe publieke en private belangen beter gereguleerd kunnen worden, onderdeel van het sectorplan Rechtsgeleerdheid.
In onze serie Where Law Meets (your) Business laten we zien op welke manieren collega鈥檚 bij Erasmus School of Law hun expertise inzetten; in onderzoek, onderwijs of het ondersteunen van de academische gemeenschap. We spraken Enrique over interdisciplinariteit, zijn kritische blik op 鈥榠mpact鈥 en waarom open samenwerking, tussen vakgebieden, maar vooral tussen mensen, essentieel is.
Een onderzoeker die zich graag vrij voelt
Na zijn master in Internationaal en Comparatief Privaatrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen bleef Enrique in Nederland om te promoveren. 鈥淚k wilde ergens werken waar ik de vrijheid kreeg om mijn eigen idee毛n te volgen,鈥 zegt hij. Die vrijheid, zowel intellectueel als institutioneel, is sindsdien een leidend principe in zijn werk.
Hij omschrijft zichzelf, met een knipoog, als iemand met 鈥減romiscue academische interesses鈥. 鈥淚k hoor weleens dat ik in de verkeerde afdeling zit,鈥 grapt hij. 鈥淢aar dat vind ik juist leuk. Ik werk graag op het snijvlak van disciplines, met collega鈥檚 van andere faculteiten. Mijn rol maakt dat mogelijk, en dat waardeer ik enorm.鈥
Zijn werk binnen het sectorplan Rechtsgeleerdheid en The Public-Private Challenge geeft concreet vorm aan die interdisciplinariteit. Zijn huidige onderzoek richt zich op datagovernance en dataco枚peraties: hoe mensen gezamenlijk beslissingen nemen over het gebruik van gevoelige data, vooral in de gezondheidszorg. Hij onderzoekt hoe publieke belangen worden gedefinieerd en beschermd binnen private verhoudingen, en baseert zich daarbij onder meer op theorie毛n over solidariteit en de commons, gedeelde hulpbronnen waarover mensen samen beslissen en de verantwoordelijkheid dragen.
In recent werk bestudeert Enrique nieuwe Europese wetgeving, zoals de European Health Data Space, om te verkennen hoe we in de toekomst anders kunnen omgaan met gevoelige data. Nu draait datadeling vaak om individuele toestemming. Enrique stelt dat we bepaalde soorten data, zoals gezondheidsinformatie, ook als collectief goed kunnen benaderen, zonder te vergeten dat persoonlijke data altijd van het individu blijft. Hij onderzoekt hoe wetgeving het mogelijk kan maken om deze data veilig en verantwoord te delen en beheren, met oog voor zowel privacy als collectief belang. In zijn woorden: 鈥淚k ben ge茂nteresseerd in hoe wetten gemeenschappen kunnen helpen om verantwoordelijk met data om te gaan. Zeker als het om zulke persoonlijke en krachtige informatie gaat als gezondheidsdata.鈥
鈥淒e zoektocht naar kennis is op zichzelf al betekenisvol鈥
Wat hem drijft? Enrique hoeft niet lang na te denken. 鈥淎cademici doen dit werk niet voor het geld,鈥 zegt hij. 鈥淲e doen dit omdat we geven om kennis.鈥 Tegelijkertijd is hij kritisch op de toenemende druk om 鈥榠mpact鈥 aan te tonen. 鈥淚k heb gemengde gevoelens bij dat woord,鈥 vertelt hij. 鈥淣atuurlijk is impact belangrijk. Maar het mag niet het enige criterium zijn. Sommige onderzoeken zijn waardevol, ook als niemand ze leest. De zoektocht naar kennis, als die serieus en vrij gebeurt, is op zichzelf betekenisvol.鈥
Voor Enrique is academische vrijheid geen luxe, maar een noodzaak. 鈥淰eel van ons zijn onderzoek gaan doen omdat we eigenwijs zijn,鈥 zegt hij met een glimlach. 鈥淲e willen onze eigen vragen volgen. Die vrijheid moet je beschermen.鈥
Vooruitkijken 鈥 met of zonder subsidie
Enrique wacht op dit moment op de uitkomst van een NWO Veni-aanvraag, waarmee hij de komende drie jaar zijn onderzoek naar dataco枚peraties wil verdiepen. Tegelijkertijd bereiden hij en zijn collega鈥檚 in het sectorplan Rechtsgeleerdheid zich voor op een onzekere toekomst. De huidige financiering loopt mogelijk ten einde, maar Enrique blijft hoopvol. 鈥淥ok zonder externe middelen geloof ik dat de dynamiek die we hebben opgebouwd blijft bestaan,鈥 zegt hij. 鈥淲e hebben iets waardevols neergezet en de faculteit heeft laten zien dat ze dat wil ondersteunen. Ik denk dat er een toekomst is. Misschien in een andere vorm, maar wel in geest.鈥
鈥淥nze business? 鈥淢isschien zijn we dat zelf鈥
Gevraagd naar de slogan van de faculteit, kiest Enrique zijn woorden zorgvuldig. 鈥淚k vind het prima,鈥 zegt hij. 鈥淢aar het past niet bij iedereen. En dat is ok茅.鈥 Hij benadrukt dat 鈥榖usiness鈥 niet altijd samenwerken met het bedrijfsleven betekent, soms betekent het juist kritisch onderzoek ernaar. 鈥淢isschien moeten we het vaker hebben over wat 鈥榤别别迟蝉鈥 eigenlijk betekent. Is het samenwerking? Observatie? Frictie? Laat het open.鈥
Wat betreft Enrique hoeft de slogan niet universeel te gelden. 鈥淣iet iedereen hoeft in hetzelfde frame te passen. Zolang onderzoekers de ruimte krijgen om hun eigen focus te bepalen, werkt het.鈥
Aan het einde van het gesprek deelt Enrique een reflectie die zijn drijfveren verbindt met de slogan. 鈥淢isschien is dat wel onze business,鈥 zegt hij peinzend. 鈥淢et elkaar praten.鈥 Niet alleen binnen afdelingen, maar daaroverheen. Over disciplines, perspectieven en persoonlijkheden heen. 鈥淚k zou willen dat we vaker met elkaar in gesprek gaan. Zo daag je elkaar uit en versterk je de academische gemeenschap,鈥 besluit hij. 鈥淎ls we willen blijven leren, moeten we naar elkaar blijven luisteren.鈥

